Toetsonderdelen

Wat kan ik?

Het verplichte onderdeel ‘Wat kan ik?’ bestaat uit drie deeltoetsen.

Leesvaardigheid
Bij de deeltoets Leesvaardigheid worden er een aantal teksten aangeboden waarover de leerling vragen moet beantwoorden. Tijdens het beantwoorden van deze vragen kunnen de teksten worden teruggelezen. Ook kunnen leerlingen tijdens het lezen van de tekst gebruik maken van markeringen. Zij kunnen hiermee belangrijke zinnen markeren.

Taalverzorging
Bij de deeltoets Taalverzorging wordt ingegaan op spelling. Leerlingen moeten zowel open als gesloten vragen beantwoorden over de spelling van werkwoorden, de spelling van niet-werkwoorden en interpunctie. Daarnaast zal dictee ook onderdeel zijn van de deeltoets Taalverzorging. Leerlingen krijgen hierbij een audiofragment te horen waarin een zin wordt voorgelezen, gevolgd door het woord dat leerlingen moeten intypen. Dove- en slechthorende leerlingen zullen geen dicteevragen maken.

Rekenen
Bij de deeltoets Rekenen komen vier verschillende onderdelen aan bod. Dit gaat om de onderdelen getallen, verhoudingen, meten & meetkunde en verbanden. Het gaat hier bijvoorbeeld om de schrijfwijze van getallen of vragen die gaan over breuken, verhoudingen en procenten. Daarnaast beantwoorden de leerlingen ook vragen die te maken hebben met het berekenen van oppervlakte en inhoud of moeten zij tabellen en grafieken interpreteren. Bij de rekenopgaven van ROUTE 8 wordt zo min mogelijk taal gebruikt.

Avision begeleiding
Route 8 splash
Avision onderdelen toets

 

Naast de doorstroomtoets biedt A-VISION twee aanvullende onderdelen aan: ‘Wie ben ik?’ en ‘Wat wil ik?’.

Wie ben ik?

Het aanvullende onderdeel ‘Wie ben ik?’ richt zich op de persoonlijkheid van de leerling. Hierbij wordt het sociaal-emotioneel functioneren, het leergedrag en de leervoorkeuren van een leerling in kaart gebracht. Bij de beantwoording van de vragen gaat het niet om goed of fout, maar om de mening van de leerling: welke stelling past goed of minder goed bij de leerling. Hoewel dit optionele onderdeel niet meetelt voor het toetsadvies, kan het resultaat hiervan wel bijdragen in de verdere ontwikkeling binnen het voortgezet onderwijs. De onderdelen van ‘Wie ben ik?’ zijn:

Zelfvertrouwen
Er wordt een beeld geschetst van de leerling hoe de kijk op het eigen kunnen is en het laat zien in hoeverre de leerling taken en obstakels met vertrouwen aankan op school.

Plannen en organiseren
Het geeft een beeld weer van de leerling of diegene zichzelf in staat vindt om een plan te bedenken waarmee een taak kan worden uitgevoerd en afgerond op school.

Motivatie
Er wordt een beeld geschetst van de leerling in hoeverre eigen inzet wordt beoordeeld om een doel te bereiken en welke keuzes er gemaakt worden.

Samenwerken
De leerling geeft de (leer)voorkeur aan wanneer het gaat om werken met anderen.

Besluiten nemen
De leerling geeft de (leer)voorkeur aan wanneer het gaat om besluiten nemen in een groep.

Wat wil ik?

Het aanvullende onderdeel ‘Wat wil ik?’ gaat in op het toekomstbeeld, de mening en de eigen visie van de leerling.

Bij dit onderdeel krijgt de leerling zes vragen voorgelegd op papier die beantwoord worden door de leerling zelf. De leerling kan daarmee een eigen inbreng geven binnen de doorstroomtoets. De vragen binnen dit onderdeel worden daarom ook niet meegenomen in het resultaat van het toetsadvies. De vragen worden daarom ook niet goed of fout gerekend.

Wat wil de leerling nu eigenlijk zelf en hoe denkt de leerling na over bepaalde onderwerpen? De leerlingen kunnen hierbij hun creativiteit gebruiken in het beantwoorden van vragen.